weer bij God komen (Marcus 5,27-29)

weer bij God komen
Marcus 5,27-29
Ze had gehoord over Jezus, en ze begaf zich tussen de menigte en raakte zijn bovenkleed van achteren aan, want ze dacht: Als ik alleen zijn kleren maar kan aanraken, zal ik al gered worden. En meteen hield het bloed op te vloeien en merkte ze aan haar lichaam dat ze van de kwaal genezen was.

Als een sporter doping gebruikt en wordt betrapt, dan wordt hij geschorst. Je mag bijvoorbeeld vier jaar lang niet uitkomen voor jouw sport. Na bewust misbruik is dat eigen schuld.

In het oude testament staan ook voorschriften over niet mee mogen doen. In bepaalde situaties mogen mensen niet in het heiligdom van God komen. Daarbij gaat het lang niet altijd om iets dat je fout hebt gedaan. Het is bijvoorbeeld als je een dode hebt aangeraakt. Als je als man een zaadlozing hebt gehad. Of als je als vrouw ongesteld bent of langere tijd bloed verliest.

In Leviticus 15 geeft God daar regels voor. Best heftig. Denk aan die vrouw met bloedverlies. Ieder die haar aanraakt wordt onrein. Alles waar die vrouw op zit of ligt dat wordt onrein. Als iemand anders alleen al haar bed of stoel aanraakt dan wordt die persoon ook onrein. Waarom mag ze niet in het heiligdom komen? Leviticus 15 zegt: “Dan zou ze Gods heiligdom verontreinigen.”

De vrouw in Marcus 5 begeeft zich onder de mensenmenigte. Ieder die haar aanraakt wordt onrein. Niemand van hen mag die dag meer bij God komen. Maar kijk eens wat God doet: God komt naar hén toe. In zijn Zoon Jezus. Midden in hun ongeschiktheid om bij God te komen.

De vrouw heeft een sterk geloof. Als ik alleen zijn kleren maar kan aanraken, zal ik gered worden. Door Jezus. Dat het vloeien stopt. Dat ik weer bij God mag komen. En onder de mensen. Het vloeien stopt meteen. Jezus wordt niet onrein, maar de vrouw wordt rein. Kom met al je onreinheid bij Jezus. Hij maakt je geschikt om weer bij God te komen.

Dokters kunnen je niet beter maken. (Marcus 5,24b-26)

Dokters kunnen je niet beter maken.
Marcus 5,24b-26
Een grote menigte volgde hem en verdrong zich om hem heen. Onder hen was ook een vrouw die al twaalf jaar aan bloedverlies leed. Ze had veel ellende doorgemaakt door de behandeling van allerlei artsen, aan wie ze haar hele vermogen had uitgegeven zonder dat ze ergens baat bij had gehad; integendeel, ze was alleen maar achteruitgegaan.

Wat een triest gebeuren. Een vrouw die al twaalf jaar bloed verliest. Non stop ongesteld. Nu moet het bloeden toch een keer stoppen. Maar het gaat maar door. Met haar klachten gaat ze naar de dokter. In haar tijd zijn dat allemaal mannen. Deze dokters behandelen haar slecht. De vrouw lijdt onder het bezoek aan de artsen. Is dat omdat zij man zijn? Nee, want straks gaat ze naar Jezus. Hij is ook een man. Maar blijkbaar gaat de vrouw gebukt onder hoe al déze dokters met haar omgaan. Behandelen zij haar op een gênante en mensonterende manier? Daar komt bij: de vrouw raakt haar hele vermogen aan die artsen kwijt. Ze was vermogend, maar ze wordt straatarm. En dan nog dit: ze is niet alleen haar vermogen kwijt. Door de behandelingen die ze moest ondergaan is ze alleen maar achteruit gegaan. Geen dokter ter wereld kan haar helpen. Ze zorgen er alleen maar voor dat het slechter met haar gaat.

Dan geef je toch alle hoop en vertrouwen in de medische wereld op? Nooit meer een dokter aan mijn lijf. Ik besteed er geen cent meer aan. Maar dat kan ook niet, want haar geld is op: ze heeft alles al aan hen uitgegeven.

Marcus gooit niet alle dokters op één hoop. Alsof je nooit meer naar de dokter moet gaan en alsof ze allemaal jouw geld en gezondheid van je afnemen. Het gaat om deze vrouw en haar artsen. Maar wat van alle tijden is dat is dit: dokters kunnen je niet beter maken. Dat kan alleen God. Daar kan God artsen en medicijnen voor gebruiken. Maar leven en gezondheid is een gave van Hem.

Met Jezus de dood vóór zijn. (Marcus 5,21-24)

Met Jezus de dood vóór zijn.
Marcus 5,21-24
Toen Jezus weer met de boot was overgestoken, verzamelde er zich een grote menigte bij hem, en hij bleef aan het meer. Een van de leiders van de synagoge, die Jaïrus heette, kwam naar hem toe, en toen hij Jezus zag viel hij aan zijn voeten neer. Hij smeekte hem dringend: ‘Mijn dochter ligt op sterven; kom haar de handen opleggen om haar te redden en te zorgen dat ze in leven blijft.’ Hij ging met hem mee.

Als iemand opeens een herseninfarct krijgt of een hartaanval, dan moet je als de wiedeweerga naar het ziekenhuis. Hoe eerder hoe beter. De ambulance brengt je daar met loeiende sirenes naar toe. Artsen buigen zich over jou en doen wat ze kunnen. Niet iedereen overleeft zo’n gebeurtenis, maar als je het overleeft en ook nog mag opknappen, dan zeg je achteraf misschien wel: “Ik ben voor de dood weggehaald.” Zo dichtbij was die.

Toen Jezus als mens op aarde was had je nog geen ziekenauto’s met loeiende sirenes die je naar een ziekenhuis brachten in noodgevallen. Maar daar was wel Jezus. De machtigste Geneesheer. Hij had al zoveel mensen beter gemaakt. Ook mensen die door de dokters waren opgegeven. Jezus is meer dan alle dokters bij elkaar. Als Jezus het wil, dan kan Hij iedereen beter maken. Maar dan moet Hij wel op tijd komen natuurlijk. Voordat mijn dochter dood is.

Jaïrus wringt zich hoogstpersoonlijk door de menigte heen naar Jezus toe. Hij werpt zich eerbiedig en afhankelijk voor zijn voeten neer. Hij smeekt Jezus om met Hem mee te gaan. De bezetene uit de vorige geschiedenis viel ook voor Jezus’ voeten neer. Hij zei: “Doe me geen pijn!” Maar Jaïrus komt bij Jezus voor genezing en leven.

Jezus gaat met Jaïrus mee. Hij vraagt de heilige Geest niet om Hem in één seconde naar het huis van Jaïrus te brengen. Nee, Jezus en Jaïrus moeten zich door de menigte heen een weg banen. Zal Jezus op tijd komen?