luchtsteun (Marcus 16,15-20)

luchtsteun
Marcus 16,15-20
En hij zei tegen hen: ‘Trek heel de wereld rond en maak aan ieder schepsel het goede nieuws bekend. Wie gelooft en gedoopt is zal worden gered, maar wie niet gelooft zal worden veroordeeld. Degenen die tot geloof zijn gekomen, zullen herkenbaar zijn aan de volgende tekenen: in mijn naam zullen ze demonen uitdrijven, ze zullen spreken in onbekende talen, met hun handen zullen ze slangen oppakken en als ze een dodelijk gif drinken zal dat hun niet deren, en ze zullen zieken weer gezond maken door hun de handen op te leggen.’ Nadat hij dit tegen hen had gezegd, werd de Heer Jezus in de hemel opgenomen en nam hij plaats aan de rechterhand van God. En zij gingen op weg om overal het nieuws bekend te maken. De Heer hielp hen daarbij en zette hun verkondiging kracht bij met de tekenen die ermee gepaard gingen.

Soms worden soldaten uitgezonden op een missie in het buitenland. Dat kan in gevaarlijke gebieden zijn. Met dreiging van aanvallen of hinderlagen. Luchtsteun kan dan uitkomst bieden. Straaljagers of gevechtshelikopters ondersteunen de soldaten bij hun werk op de grond.

Jezus zendt zijn leerlingen er op uit. De twaalf apostelen én de nieuwe leerlingen na hen. Hun opdracht is getuigen van Jezus. Ze leven in oorlogsgebied. Het gezag van Jezus is tot op de dag van vandaag omstreden: Jezus Christus is de Zoon van God. Hij brengt mensen terug bij God. Maar wil ik dat echt?

Gelukkig laat Jezus zijn leerlingen niet alleen. Nadat Hij uit de dood is opgestaan gaat Hij naar de hemel. Maar van daar uit werkt Hij door. Hij stuurt zijn leerlingen uit. Hij stuurt ze aan. Hij ondersteunt hen vanuit de hemel!

Als Jezus’ leerlingen van Hem getuigen, dan zullen tekenen hen volgen. Jezus geeft die tekenen bij hun verkondiging. Om die verkondiging kracht bij te zetten. Daardoor zullen mensen het getuigenis van Jezus’ leerlingen aannemen. Ze zullen hun vertrouwen op Jezus stellen. Zij zullen zich op hun beurt ook laten zenden. Daarvoor zet Jezus zijn kerk op aarde.

Een heel boek lang hebben we stilgestaan bij het leven van Jezus Christus. Hij is echt Gods Zoon. Heb je Hem gezien? Hij is nu terug bij zijn Vader. Zij willen jou daar ook hebben. En nog veel meer mensen. Ontvang Jezus. Geef Hem de ruimte om zich ook door jou te laten zien. Onthoud andere mensen het goede nieuws niet: dat we door Jezus weer bij Vader mogen horen. Amen

PS: Dit is voorlopig de laatste overdenking op mijn blog. Alle lezers, waar ook vandaan, hartelijk dank voor het meelezen! Ik heb een nieuwe baan als dovenpastor en ga daarvoor flink aan de studie. Daarom zet ik mijn blogberichten even op een laag pitje.

ongeloof (Marcus 16,9-14)

ongeloof
Marcus 16,9-14
Toen hij vroeg op de eerste dag van de week uit de dood was opgestaan, verscheen hij eerst aan Maria uit Magdala, bij wie hij zeven demonen had uitgedreven. Ze ging het nieuws vertellen aan de mensen die hem hadden vergezeld en die nu om hem treurden en rouwden. Toen ze hoorden dat hij leefde en dat zij hem had gezien, geloofden ze het niet. Daarna verscheen hij in een andere gedaante aan twee van hen toen ze buiten de stad aan het wandelen waren. Ze gingen terug en vertelden het aan de anderen; maar ook zij werden niet geloofd. Ten slotte verscheen hij aan de elf terwijl ze aan het eten waren, en hij verweet hun hun ongeloof en halsstarrigheid, omdat ze geen geloof hadden geschonken aan degenen die hem hadden gezien nadat hij uit de dood was opgewekt.

Ik keek een keer naar vlinders op een vlinderstruik. Er kwam een wesp aanvliegen. Recht op een kleine vos af. De kleine vos viel naar beneden. Draaiend om zijn as. Ik dacht: wat is hier aan de hand? Ik keek waar hij lag. Hij leefde nog. Maar hij miste een poot. Had de wesp die afgebeten?

Misschien geloof je dat niet. Maar ik heb het zelf gezien. Stel dat tien mensen het gezien hebben. Zou je het dan geloven? Dit voorbeeld gaat over iets waar je je misschien nog iets bij kunt voorstellen. Wespen kunnen prooidieren vakkundig slopen. Maar er zijn ook dingen waar wij ons helemaal niets bij voor kunnen stellen. Bijvoorbeeld dat iemand wordt opgewekt uit de dood. Of zelf opstaat uit de dood.

Jezus verwijt zijn elf naaste leerlingen hun ongeloof. Hij verwijt hen niet dat ze er niks van begrepen dat Jezus was opgestaan uit de dood. Hij verwijt hen dat ze de getuigen niet hebben geloofd! Meerdere getuigen hadden Jezus na zijn opstanding uit de dood in levende lijve gezien. Die getuigen konden dat ook niet bevatten. Maar ze konden er niet onder uit: Jezus leeft! Jezus stuurde hen naar zijn elf leerlingen. Die hadden moeten luisteren naar het getuigenis van de anderen.

Straks zal Jezus hen zelf er op uit sturen. Als getuigen van Jezus die dood was, maar die leeft. Met de oproep om hun getuigenis aan te nemen. Als de mensen dan niet willen of het maar moeilijk vinden, dan kunnen die elf apostelen zich dat levendig voorstellen: zij waren zelf net zo!

Ken jij ook jouw verzet tegen Jezus als opgestane Heer? Hoe vaak leef ik niet alsof Hij nog gewoon dood is? Heer, sta op, ook in mijn leven!

de rol van vrouwen in de Bijbel (Marcus 15,40-41.46-47 en 16,1-8)

De rol van vrouwen in de Bijbel
Marcus 15,40-41.46-47 en 16,1-8
Van een afstand keken ook enkele vrouwen toe, onder wie Maria uit Magdala en Maria de moeder van Jakobus de jongere en van Joses, en Salome. Toen hij in Galilea verbleef, waren deze vrouwen hem gevolgd en hadden ze voor hem gezorgd, net als vele andere vrouwen die met hem waren meegereisd naar Jeruzalem.
Josef kocht een stuk linnen, haalde Jezus van het kruis en wikkelde hem in het linnen. Daarna legde hij hem in een graf dat in de rots was uitgehouwen en rolde een steen voor de ingang. Maria uit Magdala en Maria de moeder van Joses keken toe in welk graf hij werd gelegd.
Toen de sabbat voorbij was, kochten Maria uit Magdala en Maria de moeder van Jakobus, en Salome geurige olie om hem te balsemen. Op de eerste dag van de week gingen ze heel vroeg in de ochtend, vlak na zonsopgang, naar het graf. Ze zeiden tegen elkaar: ‘Wie zal voor ons de steen voor de ingang van het graf wegrollen?’ Maar toen ze opkeken, zagen ze dat de steen al was weggerold; het was een heel grote steen. Toen ze het graf binnengingen, zagen ze rechts een in het wit geklede jongeman zitten. Ze schrokken vreselijk. Maar hij zei tegen hen: ‘Wees niet bang. U zoekt Jezus, de man uit Nazaret die gekruisigd is. Hij is opgewekt uit de dood, hij is niet hier; kijk, dat is de plaats waar hij was neergelegd. Ga terug en zeg tegen zijn leerlingen en tegen Petrus: “Hij gaat jullie voor naar Galilea, daar zullen jullie hem zien, zoals hij jullie heeft gezegd.”’ Ze gingen naar buiten en vluchtten bij het graf vandaan, want ze waren bevangen door angst en schrik. Ze waren zo erg geschrokken dat ze tegen niemand iets zeiden.

Volgens sommige mensen komen vrouwen in de Bijbel er bekaaid van af. Zij zijn ondergeschikt aan mannen. De kerk heeft door haar houding er mede aanleiding toe gegeven dat mensen zo denken. In veel culturen krijgen vrouwen een ondergeschikte rol opgelegd. Dat was ook zo bij culturen in de tijd dat Jezus als mens op aarde was. Toch kijkt de Bijbel zelf daar heel anders tegen aan. Voor God en Jezus hebben vrouwen geen ondergeschikte rol.

Een mooi voorbeeld hiervan zie je rond het sterven en de begrafenis van Jezus. Jezus heeft veel volgelingen. Mannen én vrouwen die Hem vertrouwen. Marcus noemt een aantal vrouwen bij name. Zij waren Jezus gevolgd en hadden voor Hem gezorgd net als veel andere vrouwen. Dat is een eervolle vermelding.

Deze vrouwen lijken op het eerste gezicht geen rol van betekenis te hebben als Jezus sterft en als Hij wordt begraven. Ze kijken alleen maar toe. Maar juist die vrouwen waren als enige omstanders getuigen van beide feiten: van Jezus’ sterven én van zijn begrafenis. Waar zijn de mannen? Waar zijn Jezus’ twaalf naaste leerlingen? Zij zijn nergens. Ja, Johannes stond bij het kruis. Maar de rest?

Als Jezus is opgestaan stuurt Hij een engel. Die engel stuurt de vrouwen. Zij moeten tegen de mannen zeggen dat Jezus leeft en dat Hij voor hen uitgaat naar Galilea. Uit het vervolg blijkt dat ze dat ook gedaan hebben. Alleen onderweg aan de mensen vertellen ze niets.

De mannen laten het afweten, maar God schakelt vrouwen in. Voor God hebben zij geen ondergeschikte rol. Laat mannen en vrouwen samen Jezus vertrouwen, Jezus volgen en Hem dienen. Ze hebben elkaar daarin nodig.