Amos 9,13-15

Lezen: Amos 9:13-15
Ik zal hen terugplanten in hun grond. Amos 9:15

Het lijkt het beloofde land wel in het slot van Amos 9. Of het paradijs. Er komt een keer ten goede. Het land geeft zijn opbrengst. Verwoeste steden worden herbouwd. Je mag genieten van de vruchten van het land.
Het mooiste is vers 15 waar de HEER zegt: “Ik zal hen terugplanten in hun grond, en zij zullen niet meer worden weggerukt uit het land dat ik hun heb gegeven.” Een herplanting. Kerken lopen leeg. Kerkgebouwen moeten hun deuren sluiten. Soms wordt er een nieuwe kerk geplant. Maar hier spreekt Amos van een herplanting. De HEER zou zijn volk uit de beloofde grond halen en de ballingschap insturen. Maar dat zou niet het einde van het verhaal zijn. De HEER blijft eeuwig zijn verbond gedenken. Hij geeft ook terugkeer. Terugkeer naar Hem. En terugkeer naar het beloofde land. Weet je nog van dat boek Amos waar we de afgelopen tijd bij hebben stilgestaan? Heb je je ook geschaamd voor jezelf en je eigen zonden beleden? Heb je God gedankt dat Hij je God wil zijn, en jou eeuwig aan Zich wil verbinden?
God wil ook jou planten. In Christus (Heidelbergse Catechismus, Zondag 24). In zijn liefde (Efeze 3:17). In Jezus Christus vind je echt houvast. In Hem maakt God zijn al beloften waar. Hij is de Zaligmaker: In Hem vind je het ware geluk. Hij wil je meenemen naar het beloofde land: de nieuwe aarde. Hoe kun je wortelen in Hem? Door je thuis te vinden in Gods Woord.

Amos 9,11

Lezen: 2 Samuël 7:1-16 en Amos 9:11-12
Dan zal ik het vervallen huis van David herbouwen. Amos 9:11

Stel je voor dat iemand je tien jaar geleden iets heeft beloofd. Zou je er dan nog op aan kunnen dat hij het doet? Hoe betrouwbaar is hij?
De HEER heeft aan David een geweldige belofte gegeven. “Jouw koningshuis zal eeuwig blijven voortbestaan.” Maar onder Davids kleinzoon Rechabeam was het rijk gescheurd in het tweestammenrijk Juda en het tienstammenrijk Israël. Die twee rijken beconcurreerden elkaar. In de tijd van Amos, zo’n 250 jaar na David, was er nog wel een nakomeling van David op de troon: Uzzia. Maar de glorie van het rijk was er al wel af. En straks zal de ballingschap komen. Niet alleen over Israël. Amos profeteerde daar vanuit Juda. Maar ook over Juda. Amos spaarde ook Juda niet (Amos 2:4-5).
Straks komt de ballingschap. De HEER zal vernietigen, zeven, doden, zegt Amos in 9:7-10. Dat staat allemaal nog te gebeuren. Dat God zijn belofte vervult lijkt verder weg dan ooit. Zo lang geleden. Zo onwerkelijk. Maar Amos richt de blik nog verder. Daarná zal de HEER herstel geven. Aan het koningshuis van David. Stel je voor: Amos zegt in Israël herstel aan voor Davids huis. Inderdaad. Want ook het tienstammenrijk Israël moet zijn herstel hebben van de Zoon van David uit het huis van Juda.
Davids koningshuis zal dan inmiddels een vervallen hut zal zijn geworden. Maar God doet echt wat Hij heeft beloofd. Ook na zoveel eeuwen. Ken jij de betrouwbare God die zichzelf beloofde ook? Vertrouw je toe aan Hem.

Amos 9,9

Lezen: Amos 9:8-10
Op mijn bevel zullen de Israëlieten door alle volken heen en weer worden geschud, als in een zeef waar niet één steentje doorheen valt. Amos 9:9

Als je rijst afgiet in een zeef, dan verdwijnt het kooknat door de zeef. Dat heb je niet meer nodig. De rijst in de zeef ga je opeten. Een zeef kan ook anders werken. Als je fijn zand nodig hebt, dan schud je het in een zeef: het bruikbare zand valt er doorheen, de onbruikbare steentjes blijven achter. In dat geval doe je weg wat in de zeef overbleef. Aan zo’n zeef denkt Amos. Alle stenen blijven achter in de zeef. Niet één gaat er door heen.
Die steentjes zijn een beeld voor de zondaars in Gods volk. De Israëlieten die ondanks uiterlijke vroomheid de HEER tergden met hun verzet tegen Hem. Ze denken dat de HEER hen toch wel zal sparen. Dat zal de HEER ook doen. Maar Hij bespaart hen niet het kwaad dat Amos toezegde, maar Hij zal hen sparen om hen te straffen. Niemand van hen zal ontkomen. Toch zal God niet heel zijn volk vernietigen, zegt Amos in vers 8. Blijkbaar blijven er nog zandkorrels over. Mensen die door geloof bij het nageslacht van Abraham horen (Genesis 13:16).
De HEER zeeft zijn volk door middel van de andere volken. Dat gebeurt in de ballingschap. Door de beproeving en de verleiding van de ballingschap heen zal God maken dat er ook nog kinderen van Hem zijn die wel op Hem vertrouwen. Heeft God jou wel eens heen en weer geschud en je daardoor dichter bij Hem gebracht? Vertel elkaar daarvan.