Genesis 2,25 Vrij van schaamte

Vrij van schaamte
Genesis 2,25
25 Beiden waren ze naakt, de mens en zijn vrouw, maar ze schaamden zich niet voor elkaar.

In het paradijs waren de mens en zijn vrouw naakt. Ze schaamden zich niet voor elkaar. Ze zochten in hun trouwverbond het goede voor elkaar. Ze waren helemaal veilig bij elkaar.

Vandaag leven we niet meer in het paradijs. Toen de mens en zijn vrouw in opstand kwamen tegen God, toen verloren ze hun onschuld. Onveiligheid deed zijn intrede. De mens en zijn vrouw schaamden zich voor elkaar.

Kunnen we iets van het paradijs terugvinden? Stel dat jij je nergens voor schaamt, ben je dan weer in het paradijs? Zo werkt het niet. Vandaag zijn er veel dingen waar mensen zich niet of niet meer voor schamen, maar die niets te maken hebben met liefde en trouw, en waar mensen juist niet veilig zijn.

Kunnen we iets van het paradijs terugvinden? Stel dat je een levenspartner hebt met wie je je leven lang verbonden bent in liefde en trouw. In een trouwverbond, net als de eerste mens en zijn vrouw. Dan kun je iets proeven van die paradijswarmte en -veiligheid.

Kunnen we iets van het paradijs terugvinden? Kunnen we de schaamte voorbij?
Op deze aarde hebben we schaamte nodig. Het is een bescherming tegen grensoverschrijdend gedrag. Wees blij als je schaamte kent. Wees blij als mensen veilig zijn.

Komt het paradijs dan nooit terug? Ja, als je vertrouwt op Jezus, de Zoon van God. Hij stierf naakt aan het kruis. Dat was een schaamtevolle vertoning. Een schande. Hij heeft al onze schaamte en schande gedragen. Weggedragen. Wie Hem volgen, die neemt Hij mee naar een nieuwe aarde waar alles puur is en waar we volkomen veilig zijn.

Genesis 2,24 Losmaken, hechten, één worden

Losmaken, hechten, één worden
Genesis 2,24
24 Daarom maakt een man zich los van zijn vader en moeder en hecht hij zich aan zijn vrouw, en zij zullen één lichaam zijn.

God verbindt de mens en zijn vrouw in een trouwverbond. Later zullen die twee kinderen krijgen. En hun kinderen ook weer kinderen. Er zal vaker een trouwverbond gesloten worden. Wat is voor zo’n trouwverbond nodig?

Het eerste is loslaten. God zegt niet: “Zet je ouders opzij. Verbeek elk contact.” Dat niet. Maar met een trouwverbond begin je wel iets nieuws. Een nieuwe minisamenleving in de grotere samenleving. Met je eigen verantwoordelijkheden en je eigen keuzes. Je bent zelfstandig. Je staat met je partner op eigen benen. Als jij in trouw verbonden bent: Hoe zelfstandig leven jullie?

Het tweede is hechten. Je hecht je aan elkaar. Dat woord hechten wordt ook gebruikt in de betekenis van kleven of vastplakken. Stel dat je twee A-viertjes aan elkaar plakt. Ze hechten goed. Die ga je niet meer van elkaar los scheuren. Dan beschadig je ze allebei. Daarom: Bij je eigen verantwoordelijkheid in het trouwverbond hoort ook trouw.

Het derde is één van lichaam worden. Als je je op een gezonde manier losgemaakt hebt van je ouders, als je in liefde en trouw aan je levenspartner verbonden bent, dan creëer je ruimte voor eenwording. Geestelijke en lichamelijke eenheid en verbondenheid.

Verbonden in liefde en trouw. Paulus noemt dit in Efeziërs 5 een groot geheim. Als íemand ons dat geheim kan leren, dan is God dat. God doet dat door Jezus Christus. God heeft Christus en zijn kerk in liefde en trouw aan elkaar verbonden. Christus heeft zijn kerk lief. Hij leert ons ook onze levenspartner lief te hebben.

Genesis 2,23 Eindelijk één net als ik!

Eindelijk één net als ik!
Genesis 2,23
23 Toen riep de mens uit:
‘Dit is ze!
Mijn eigen gebeente,
mijn eigen vlees en bloed.
Vrouw wordt zij genoemd,
genomen uit een man.’

Eindelijk. Al de dieren zijn langs gekomen. Hoe lang heeft dat geduurd? Dagen, weken? En telkens zat er geen partner voor de mens bij. Maar nu, eindelijk doe ik mijn ogen open en ik zie: Dit is ze! Dit is één gelijk aan mij. Mijn eigen gebeente, mijn eigen vlees.

God brengt de vrouw bij Adam. Eerst heeft God haar gemaakt. Nu brengt God haar bij de mens. Het lijkt op de gewoonte later, als de vriend van de bruidegom de bruid bij hem brengt. Maar God doet meer. God geeft de mens en zijn vrouw aan elkaar. Je kunt zeggen: dit is hun trouwdag. God verbindt hen aan elkaar in een trouwverbond.

De mens heeft de dieren een naam gegeven. Nu gaat hij ook zijn levenspartner die God bij hem brengt een naam geven. Ik ben een man. Zij heet mannin. In het Hebreeuws: ‘isj’’ en ‘isjah’. Dat wordt ook vertaald als ‘man’ en ‘vrouw’. Maar er is een woordspeling. In de naam die Adam geeft laat hij zien: Wij zijn van dezelfde soort. Geen wolf en wolvin, geen beer en berin, maar man en mannin.

Adam reageert enthousiast, blij en dankbaar. Het klinkt als een feestlied.
Heb jij ook een levenspartner? Heb jij wel eens voor jouw partner gezongen? Weet je nog dat je hem of haar voor het eerst zag? Of dat je voor het eerst wist: Deze is bedoeld voor mij?
Wat voelde je toen? Wat zei je? Hoe gaf je uiting aan je enthousiasme? Als de jaren verstrijken kan ons lied verbleken. Ga op zoek naar je verlangens diep in je binnenste. Maak contact daarmee, en laat naar buiten komen hoe blij je bent met hem of haar.